Kollektief Rampenplan

Reis in Droomland, Nicolaas Steelink

"Je was er bij, je dacht er over dus je bent er bij"


Voetbal in Droomland
"Ik moet de eerste Britse anarchist nog tegenkomen die zich interesseert voor voetbal, maar in Nederland ligt dat anders. Sommige verwoorden hun anarchisme in voetbaltermen en Rotterdamse leden van de Vrije Bond en coöp De Nieuwe Blauwen hebben zelfs een eigen team. Hier houden ze van open, snel en vloeiend spel - een speltype dat sterk contrasteert met de overheersende, autoritaire en knijpkonterige benadering, waarin een paniekerige obsessie met het weggeven van doelpunten of het missen van kansen de boventoon voert. Een goed potje voetbal is - net als zoveel andere dingen - vrijelijk stromend en spontaan".

(John Griffin, in: Freedom 23 juli 1994)
Tijdens de turbulente dagen van wat bekend is geworden als het McCarthy-tijdperk van de jaren '50 kwam het gesprek van een kleine groep leden van de IWW, de Industrial Workers of the World, op de dagen van weleer, toen de IWW de volle laag kreeg van een rabiate vervolging gedurende een eerdere en veel langere hysterie die periodiek het land plaagt waarin we leven, de Verenigde Staten van Amerika. Met deze zinnen begint Nicolaas Steelink zijn biografie Journey in Dreamland (Reis door Droomland). Nicolaas was een markante Amsterdammer, geboren in 1890, die in 1912 naar de Verenigde Staten trok om aldaar zijn geluk te vinden. Als arbeider sloot hij zich aan bij de anarchistisch georienteerde Industrial Workers of the World (IWW). Vanwege de uitgebroken oorlog in Europa en de wens van de Amerikaanse overheid om daar aan deel te nemen (goed voor haar industrie en banken!) had diezelfde overheid de Federal Espionage Act in het leven geroepen - een soort Artikel 140 waarmee in principe iedereen kon worden opgepakt die op enigerlei wijze in verband kon worden gebracht met de vijand. Duitsers en andere Europeanen met een accent stonden onder verdenking, alsmede alle organisaties die zich tegen de oorlog keerden - waaronder de IWW. De strijd van de IWW voor 'free speech' werd met alle middelen de kop ingedrukt tot moordpartijen toe. Honderden mensen verdwenen achter de tralies. In 1919 werd de Federal Espionage Act losgelaten en maakten de Staten hun eigen repressieve wetgeving. De staat California kwam met de Criminal Syndicalism Law. En op basis van deze nieuwe wet werd in maart 1920 Steelink veroordeeld, samen met 151 andere 'wobblies' (zoals de leden van de IWW zichzelf noemden) uit vooral Chicago en Sacramento. Hieronder bevonden zich vele immigranten, of "pro-Duitsers" zoals Justitie hen noemde. Het gevolg was dat het gehele IWW-kader naar de gevangenis verdween - zonder dat sprake was van een formele rechtsgang. Er werden straffen van een tot veertien jaar uitgesproken. Steelink - toendertijd columnist van het IWW-weekblad The Industrial Worker - kreeg vijf jaar gevangenisstraf en zware dwangarbeid in de beruchte strafgevangenis van San Quentin. Door deze zware staatsrepressie overleefde de IWW tenauwernood, alleen ze bereikte nooit meer zoveel inpakt als in de jaren daarvoor. Men blijft zich echter tot op de dag van vandag inzetten voor 'free speech'. De reden dat Steelink niet in de vergetelheid is geraakt komt voort uit het feit dat hij zijn gevangenisstraf gebruikte om het gehele werk van Multatuli in het Engels te vertalen. Tot op de dag van vandaag is Steelink de enige vertaler die het aandurfde Multatuli's Ideeën te vertalen.
In 1952 stond het recht op vrije meningsuiting in de Verenigde Staten opnieuw ter discussie, tijdens één van de dieptepunten van de Koude Oorlog. Iedereen die verdacht werd van communistische sympathieën werd aangegeven en opgepakt. Steelink meende niet te kunnen zwijgen. Hij zette zich aan het schrijven met de bedoeling de wortels en continuiteit te tonen van McCarthy's regime: de arrestatie van 151 IWW'ers in 1920. Hij beschreef zijn eigen biografie tot aan de gevangenisstraf in San Quentin - een aanklacht tegen de volstrekt willekeurige "catch-all laws" die steeds vaker werden toegepast.
De meeste aandacht, ook in Nederland, ging echter niet uit naar Steelink, maar naar het strafproces tegen de Italiaanse anarchisten Sacco & Vanzetti. In Buiten de Orde (#3 1997) lezen we meer over de heksenjacht op immigranten en anarchisten. Arthur Lehning schrijft: "Er heerste in die dagen een waar 'McCarthyisme'. Allen die werden verdacht van revolutionaire opvattingen, en in het bijzonder buitenlanders, waren vogelvrij. Enkele weken voor de arrestatie van Sacco en Vanzetti werden werden 6000 buitenlanders zonder vorm van proces gearresteerd. Honderden werden gedeporteerd. Sommige van hen werden door de politie mishandeld en gemarteld". Elders in hetzelfde tijdschrift vervolgt Martin Smit over deze hectische jaren: "Het anti-radicale en anti-socialistische klimaat leent zich uitstekend voor grootschalige acties tegen radicalen. In het door Minister van Justitie A. Mitchell Palmer bedachte scenario, worden vergaderingen van anarchisten en socialisten binnengevallen, mensen massaal opgepakt, burelen van tijdschriften gesloten en de verzending van 'ondermijnende' tijdschriften verboden. Het is de jonge, ambitieuze J. Edgar Hoover - de latere machtige FBI-directeur en kenner van radicale literatuur en van de linkse beweging - die als Special Assistent van Palmer deze 'Palmer-raids' organiseert".
Ook Steelink was een slachtoffer van de 'Red Scare' - de Rode Angst. Zijn aanklacht in boekvorm kreeg als titel Journey in Dreamland (Reis door Droomland) en hij gebruikte als alias Enness Ellae (onder die naam werd hij ook bekend als columnist van The Industrial Worker- zijn collems verschenen in de periode 1940-1960 onder de titel 'Musings of a Wobblie') Het boek geeft een realistisch beeld van een jonge Amsterdammer die zijn geluk poogt te vinden in een Nieuwe Wereld waar al spoedig aan al zijn illusies een einde wordt gemaakt: "Langzaam maar zeker drong het besef tot me door dat Amerika niets meer was dan een gigantisch winkelcentrum".
Zijn pseudoniem, Ennes Ellae laat zich eenvoudig ontcijferen. Ennes is uiteraard N.S., Nicolaas Steelink, Ellae verwijst naar 'uit Los Angeles'. Reis door Droomland gaat immers over Steelinks illusies en desillusies in de Amerikaanse wereld van arbeid en repressie. Zijn lidmaatschap van de IWW was een weloverwogen keuze. Hij hekelde de verschillende socialistische ideologieen en meende dat ze zich niet onderscheidden van de richtingenstrijd die ook de protestantse kerken kenmerkte. De IWW, schrijft Steelink, was ten minste pertinent a-politiek en anti-ideologisch: "Verzin een label, plak er je eigen -isme aan vast, en je zult succes hebben in het vinden van gelovigen en meelopers. Wij IWW'ers hadden met elkaar gemeen dat we allen werkten in industriele bedrijven. Wij richtten ons recht-toe-recht-aan op onze ervaringen op de werkvloer en brachten die ervaringen in actie. Goed, we waren een vakbond, maar volstrekt a-politiek". De IWW wilde een 'One Big Union' voor alle werkers, ongeacht hun politieke overtuigingen. Reis door Droomland werd geen succes, sterker nog, Steelink kon geen enkele uitgever bereid vinden het werk uit te brengen. Na jaren van omzwervingen belandde het manuscript ten slotte in het archief van het Multatuli-Museum aan de Korsjespoortsteeg te Amsterdam - niet ver van waar hij in 1890 was geboren- in de Taksteeg. Gelukkig ontrukte Bert van Wakeren (Baalprodukties) het manuscript aan de vergetelheid en besloot het boek als Reis door Droomland uit te brengen ter gelegenheid van het voetbaltoernooi om de Artikel 140 Wisselbokaal, dit jaar in Nijmegen. Reis door Droomland is wellicht geen literair meesterwerk, maar wel een meeslepend ego-dokument van een trotse voetballer en activist die uitlegt waarom 'het lidmaatschap van een criminele organisatie' een verwerpelijke praktijk is. Sies van Raay heeft met veel gevoel voor stijl en drama het manuscript van een prachtige vertaling voor zien en bovendien waar nodig voorzien van voetnoten.
Steelinks liefde lag niet alleen bij de IWW; hij was ook voetballer in hart en nieren. Zijn biografische notities verraden hoe moeilijk hij het voetbal kon scheiden van andere dagelijkse activiteiten. Ook hanteerde hij sport-termen om zijn politieke denkbeelden te verwoorden - zo noemde hij de Amerikaanse Staat het "Frauduleuze Honkbal Imperium". Tot op hoge leeftijd heeft hij gedreven gewerkt aan de oprichting van een landelijke soccer-competitie in de Verenigde Staten. Steelink schreef talloze brieven op het briefpapier van de California Soccer League, een competitie waaraan hij veel heeft bijgedragen.
Het begrip 'soccer' is afgeleid van het woord Association Football dat zich in naam diende te onderscheiden van het American Football - een in Amerika veel populairdere sport dan het reguliere voetbal. Association Football werd vervolgens afgekort tot assoc. football en weer later verbasterd tot soccer. Soccer werd geintroduceerd door Europese, en vooral Britse immigranten: "Soccer wortelde zich weliswaar in diverse Amerikaanse steden, maar slaagde er nooit in te concurreren met het lokale American Football. St. Louis bij voorbeeld werd het soccer-centrum van de Verenigde Staten in de jaren tachtig van de vorige eeuw (en is dat tot op de dag van vandaag gebleven) dankzij de activiteiten van Britse immigranten en later Europese ex-profvoetballers" (James Walvin). Andere centra zijn Texas en Oklahoma. Steelink was aanvankelijk actief aan de westkust, en verhuisde later naar Texas alwaar hij zich ook in de organisatie en propaganda van het soccer stortte. Toen de VS in 1994 het WK Voetbal organiseerde zond de Nederlandse televisie een documentaire uit over de moeizame Amerikaanse soccer-geschiedenis. Tot mijn verrassing werd de naam van Steelink hier genoemd. Onze kennis van zijn voetbalaktiviteiten danken we met name aan Nico's 75-jarige zoon Cornelius Steelink, woonachtig in Tucson, Arizona. Cornelius reageerde uiterst enthiosiast op het idee van Baalprodukties om zijn vaders manuscript van stof te ontdoen: "Het was de grote droom van mijn vader dat Reis door Droomland ooit zou worden uitgegeven", zegt hij. Met evenveel trots toont hij foto's van trofeeën en certificaten die zijn vader ontving tussen 1964 en 1977, het gevolg van zijn enorme staat van dienst in voetballand. Vooral 'Latino's' of Mexico-Amerikanen brachten Nico hulde vanwege zijn stichten van een voetbalcompetitie in California die in 1974 al meer dan honderd teams telde en meer dantweeduizend leden. "homenaje a Nick Steelink por su Gran Labor y Ayuda a nuestra organizacion: California Soccer League", staat op een van de trofeeën. Soccer is in California vooral een sport voor voormalige Mexicanen. Voor zijn bijdragen aan het Amerikaanse soccer werd hij in 1971 opgenomen in de American Soccer Hall of Fame -de hoogste onderscheiding van de Amerikaanse voetbalbond. De tekst op het begeleidende certificaat luidt: Soccer Hall of Fame Certificate: The US Soccer Football Association honors Nicolaas Steelink for his contributions to the administration and promotion of soccer football in the United States". Bovendien bleef hij tot aan zijn dood op 99 jarige leeftijd een aktief en sportief baasje. Iedere ochtend begon hij met honderd push-ups, liet journalisten met trots zien hoe hoog hij zijn benen kon heffen en hoe ver hij een bal kon wegtrappen. Zijn conditie en levenslust in overweging nemende, schreef een journalist van de Tucson Daily in 1974 :"Grace is almost the perfect word to describ a man like Nicolaas Steelink. Zijn autobiografische schetsen vertellen ons nog meer.
Al schrijvende over zijn jeugd in Amsterdam en Haarlem herinnert hij zich de vele partijtjes voetbal in de straten: "Velen van ons speelden voetbal. Het enige dat je immers nodig had was een bal, of iets dat er op leek, bijvoorbeeld een bundel oude kranten met touw bijeengebonden. Ook gebruikten we soms een opgevulde varkensblaas. Doordat we 's zondags naar de 'grote' wedstrijden gingen kijken, kenden we alle spelregels en de namen van de beste spelers. Ik leerde het spel louter en alleen van het kijken naar andere spelers. Sommige van ons ontwikkelden zich tot begaafde spelers. Mijn beste kameraad Joe Ed, nog geen twaalf jaar oud, was een handige, linksbenige speler. Hij had spichtige benen, maar bleek uiterst snel en had een ferme traptechniek". Voetbal was aanvankelijk een elitesport, maar sinds de eeuwwisseling hadden ook jongens uit het volk het spel ontdekt. In zijn jeugd verbond Steelink het voetbal al aan een primitieve klassenstrijd. "Wij, armen en semi-armen, toonden een ongekende haat jegens de rijke jeugd. Dit had tot gevolg dat we ons organiseerden in bendes en uitblonken in een weinig fatsoenlijk gedrag dat ook vandaag de dag nog als jeugdcrminaliteit zou worden gekarakteriseerd".
Terwijl hij opgroeide werd te Amsterdam de Office Workers Football League opgericht. Steelink had een baantje gevonden in de Hollandsche Stoombootmaatschappij en mocht uitkomen in een team. Hij vond dat een geweldige eer. "Sport begon in die dagen pas echt goed op gang te komen. Ook had sport een gezonde invloed op de jongeren - sportende jongeren dronken veel minder. Professioneel voetbal bestond alleen nog maar in Engeland - het land waar de beste teams vandaan kwamen. Die teams speelden overal in de wereld alwaar ze hun talenten etaleerden. Voetbal werd steeds belangrijker. Het is jammer dat er in die dagen in Nederland nog geen professioneel voetbal bestond: mijn techniek en mijn kracht waren bovenmodaal en ik had het behoorlijk ver kunnen schoppen. Ik was desondanks een druk baasje. Ik speelde waar ik kon spelen, richtte teams, clubs en competities op, en was gewoonlijk aanvoerder van de teams waarin ik speelde".
"Mijn hele schooltijd werd gedomineerd door het voetbal. Iedere zondagochtend speelde ik een wedstrijd en 's middags bezocht ik als toeschouwer de 'grote' wedstrijden. Zo stond ik om zes uur 's ochtends op, reisde een half uur met de tram naar het eindpunt en liep vandaar nog eens 45 minuten verder naar ons veld. Daar dreven we de koeien uit de weide, schepten de stront van het veld en trokken lijnen met de kalkwagen. Dan schoonden we de stal, gooiden de kippen eruit en richtten een plekje in voor de bezoekende teams. Dan, zo tegen tienen, waren we gereed voor de wedstrijd". Uiteindelijk besloot Steelink naar de Verenigde Staten te verkassen. En dat betekende nogal wat: "No more soccer!", zoals hij weemoedig in Reis door Droomland schrijft. Met pijn in zijn hart nam hij afscheid van het voetbal en liet zelfs zijn voetbalschoenen thuis achter. In Amerika werd immers niet gevoetbald, dacht hij. "Maar ik was nog maar net in Seattle aangekomen toen enkele Nederlanders me vroegen of ik in hun voetbalteam wilde komen spelen. Ze hadden geld naar Holland gestuurd en waren in afwachting van een geschikte bal. Samen met een Brit namen we de spelregels door en toen konden we van start gaan. Aanvankelijk werd ik door de Engelsen op een snobistische wijze behandeld, maar toen ze zagen dat ik behoorlijk kon spelen werd ik als kameraad in de groep opgenomen".
Steelink had inderdaad aanleg en stapte al spoedig over naar een echt team. "In september 1914 werd ik lid van een team dat louter bestond uit Britten. Samen met vijf andere teams had een groepje Engelsen in 1905 de Los Angeles Soccer League al opgericht. Op dit moment was ik 24 jaar en als voetballer op mijn top. Ik speelde als voorstopper in The Wanderers in een georganiseerde competitie. Ja, ik was een fantieke back - ik heb altijd genoten van hard spel". Zijn kennismaking met de Britse voetballers bracht ook zijn politieke loopbaan in een stroomversnelling. "Ergens in 1915 trad een nieuwe speler tot onze groep toe. Het was een jonge man, Walter Mitchel, "Walt" voor zijn vrienden, geboren in Schotland. Walt was een geoefende stoomketelmaker, maar studeerde in zijn vrije tijd fysiotherapie en massagetechnieken - hij was een 'kraker'. Hij praktizeerde in het geheim, want deze wetenschap was nog illegaal in California. Nooit trof je hem aan zonder boeken en hij was altijd bereid van gedachten te wisselen over de meest uiteenlopende onderwerpen: sociale verhoudingen, literatuur, poezie, geschiedenis, antropologie en - uiteraard - de oorlog. Dankzij Walt maakte ik kennis met een groep jonge mensen die tijdens de weekends wandeltochten maakte door de canyons van de Sierra Madre. 's Nachts overnachtten we in tenten rondom een kampvuur en discussieerden over een scala van onderwerpen. Ook ik werd een bewoner van de canyons en mengde me geleidelijk in de discussies van radikalen van alle kleuren: partijsocialisten, vakbondsactivisten, anarchisten, vrijdenkers en natuurlijk waren daar de vele meisjes die ons bovendien op de meest heerlijke gerechten trakteerden".
In de verhalen over de oorlog die vooral Europa teisterde werd ook het voetbal besproken. Voetbal was tevens een uitstekend middel tot verbroedering en met trots namen Steelink en zijn vrienden kennis van het feit dat tijdens de kerstdag de strijdende soldaten de wapens hadden neergelegd om samen een potje voetbal te spelen. In 1920 kwam een abrupt einde aan de voetbalactiviteiten van Nicolaas Steelink. De Justice Departement - een voorloper van de FBI - stond aan zijn deur en arresteerde hem. Steelink was een van de eerste slachtoffers van de vermalijde "pak-ze-allemaal-wet". Nicolaas Steelink overleed enkele jaren geleden, op zeer hoge leeftijd, in Texas: een voetballer en activist die protesteerde tegen het "lidmaatschap van een criminele organisatie".
Op zaterdag 16 augustus 1997 troffen zes voetbalteams elkaar in het Utrechtse gehucht Haarzuilens waar gestreden werd om de eerste Artikel 140 Wisselbokaal. Enerzijds was het toernooi een protest tegen de massale arrestaties van anarchisten en andere radicalen tijdens de Eurotop in Amsterdam, en anderzijds werd gepoogd geld in te zamelen voor het Komitee Utrecht tegen Racisme en Fascisme (KURF). Zo werden teams geleverd door Emmaus (Haarzuilens/De Bilt), ACU (Utrecht), de Blauwe Aanslag (Den Haag), Vrankrijk (Amsterdam), Hotel Bosch (Arnhem) en de Grote Broek (Nijmegen). Op deze snikhete dag vertoonden de teams niet alleen een opmerkelijke inzet, maar tevens een ongekende kameraadschap. Ondanks de grote verscheidenheid aan ideologische, politieke en activistische opvattingen overheerste de eendracht en het verlangen er een prachtige dag van te maken. Een deelnemer merkte dan ook op: "We willen zo'n inzet ook graag bij ontruimingen zien". De organisatie verdient een pluim voor het voorspoedige verloop van de dag en voor de ironische wijze waarop met de voetbalcultuur werd gespot. De Wisselbokaal bleef uiteindelijk in Utrecht omdat het ACU-team in de finale het moegestreden team van de Grote Broek met 2-0 van de mat speelde. Uiteindelijk bracht het toernooi zo'n tweeduizend gulden op.
De eendracht in Haarzuilens werd tevens bevorderd door een gedeelde bezorgdheid over het beruchte Artikel 140 Wetboek van Strafrecht -een artikel dat justitiële vervolging mogelijk maakt van organisaties die zich ten doel stellen misdrijven te plegen. Hoewel het artikel in eerste instantie is bedoeld voor grootschalige akties tegen de georganiseerde misdaad, wordt art.140 in de praktijk ook uitgebreid naar activisten, krakers en demonstranten. Ook al kennen zij geen lidmaatschap van een formele organisatie, het gemeenschappelijk gebruik van een koelkast en huisvergaderingen wijzen volgens justitie ook op een georganiseerd verband, zoals bleek na de ontruiming van de Mariënburg in 1987. Het gebruik van art. 140 is echter niet onomstreden. Dit bleek toen justitie het journalistenkollektief 'Opstand' middels dit artikel probeerde monddood te maken en zoals ook blijkt uit de bijgrage van Buro Jansen & Janssen in dit boek.
Met het boek dat nu voor u ligt wil Baalprodukties uitdrukking geven aan die bezorgdheid en protest aantekenen tegen willekeurige criminalisering van demonstranten en activisten-in Nederland, maar ook daarbuiten.

De grootste verdienste van die zestiende augustus lag toch in de keuze voor een voetbaltoernooi als protest en benefiet. Tien jaar geleden was het nog ondenkbaar dat anarchisten elkaar ooit zouden treffen in een serie voetbalwedstrijden, enkele uitzonderingen daargelaten. Het voetbal viel als 'burgerlijke' en 'conformistische' aangelegenheid vooral hoon ten deel - ongeacht het feit dat veel anarchisten al sinds jaar en dag wekelijks de kicksen onderknopen. Die liefde voor de bal vinden we ook terug tijdens de jaarlijkse Pinkster Landdagen te Appelscha - het speelveld is permanent bezet en het voetbal lijkt het laatste decennium te zijn uitgegroeid tot het meest succesvolle onderdeel van de PL. Ook tref ik in het Rotterdamse voetbalcafe Grandstand met grote regelmaat activisten aan uit onder meer Nijmegen en Utrecht. Zo dronk ik onlangs nog een Guiness met Feijenoordsupporter Brenda (scheidsrechter in Haarzuilens) terwijl de televisieschermen een wedstrijd uit de Britse competitie uitzonden. En nam in 1934 de linkse pers het al niet op voor landskampioen Ajax? De Amsterdammers behaalden de landstitel met een team dat hoofdzakelijk bestond uit werklozen. Een Belgische sportkrant had in smalende bewoordingen van het "werklozenelftal" gesproken, zo lezen we in een boeiende studie van Ad van den Oord. Het socialistische dagblad Het Volk nam het op voor de roodwitten: "Zelfs als het waar is dat een groot aantal Ajax-spelers werkloos zou zijn, zelfs dan is dit een intimiteit waarover men niet pleegt te schrijven. Werkloos te zijn is pijnlijk genoeg, dan dat daarop publiekelijk de aandacht moet worden gevestigd". Hoewel voetbal vandaag is uitgegroeid tot een centrum van de spektakelmaatschappij is er nauwelijks sprake van een kloof tussen toeschouwen en deelnemen. Je kan van iedere club lid worden en je kan je eenvoudig aansluiten bij potjes voetbal op straat of op veldjes - tenminste, zo leren mijn ervaringen in Rotterdamse plantsoenen als het Kralingse Bos, het park bij de Euromast en de Plantage. Ook kan het voetbalspektakel mensen aanmoedigen zelf de bal op te nemen. Nadat Engeland in 1990 een wedstrijd won tijdens het WK, startte een tiental mensen spontaan een potje voetbal in de straten van Alcester. Meer en meer mensen namen deel en velen kwamen toekijken. De Station Road met haar vele stoplichten raakte volledig verstopt en de politie diende uiteindelijk de bal te confisqueren en de menigte uiteen te jagen, zo schrijft Sadie Plant.
Dat het KURF het aandurfde een voetbaltoernooi te organiseren verdient dan ook alle waardering. Ruim honderd voetballiefhebbers en evenveel toeschouwers hadden een prachtige dag die tot in de late uurtjes doorging. Het actieblad Ravage, toch geen sportkrant, opende op 5 september 1997 onder de kop 'Criminele Samenscholing in Haarzuilens', met een hilarisch verslag van het toernooi. Zo merkt de coach van het Amsterdamse krakersbolwerk Vrankrijk op: "We presteerden matig door andere omstandigheden zoals het alcoholverbod en de buitenlucht". Feijenoord-supporter Iwan, spelend voor de Grote Broek, maakte een verslagen indruk na de verloren finale tegen ACU: "Dat we de finale verloren was teleurstellend, maar we verwijten de arts in de verdediging van ACU gebrek aan ethiek en de scheidsrechter had overigens een overduidelijk B12-tekort". Ook het Nijmegense maandblad Activist 024 opende haar september-nummer met een bijdrage over het toernooi van Haarzuilens - dat kon ook moeilijk anders want het merendeel van de redactie stond opgesteld in het team van de Grote Broek. Naast krakers, activisten, feministes en ecowarriors bleken dus ook heel wat bladenmakers vertegenwoordigd: mensen van bij voorbeeld Ravage, Funest, Activist 024 en Buiten de Orde bleken zich op het groene veld uitstekend thuis te voelen. Dit ontlokte een speler van de Grote Broek de opmerking: "Als laatste wil ik kwijt dat we overwegen ook Cor Gout aan te trekken als derde spits van de schrijvers uit de Baal-reeks De Kunst van het Afhaken".
Als schrijver uit die reeks en speler van het Rotterdamse DJSCR-5 kan ik alleen maar instemmen met die opmerking. Ravage-redacteur Freek Kallenberg en schrijver van de bundel Surfen in Overvloed is ook een hartstochtelijk voetballiefhebber. Hij speelde op het middenveld van de Grote Broek een solide partij. In zijn artikel 'Ga toch lekker voetballen!' schrijft hij: "In een stadion is het aanschouwen van een voetbalwedstrijd een zinderende gebeurtenis; de spanning vooraf, het gejuich en het vuurwerk wanneer de spelers het veld opkomen, de siddering die er door het stadion gaat bij een gemiste kans, de explosie van geluk die je voelt als een tijdelijke bevrijding bij een doelpunt van jouw favoriete club". Ook Cor Gout, publicist en auteur van het boek Trespassers Trips, wordt door de Britse dichter Attila the Stockbroker in het voorwoord geroemd als voetballer: "Alles wat ik weet over moraliteit en sociale verplichtingen heb ik aan het voetballen te danken (Albert Camus). Welnu, ik ben er zeker van dat Cor Gout dat standpunt deelt, hoewel hij middenvelder is en geen keeper. Goed in de lucht, een prima veldspeler. En fantastische corners!" Nog onlangs verscheen van Gouts hand een prachtig interview met Faas Wilkes in het Rotterdamse maandblad Weena. Volgens de schrijver was Wilkes de beste schijnbeweger aller tijden: "Even voorbij de middellijn ontving Faas Wilkes de bal, vanuit de stelling van zijn ploeg, Fortuna '54, aan de rechterkant van het veld, op ongeveer drie meter van de zijlijn. Hij remde de bal meer af, dan dat hij hem stopte en speelde het leer vervolgens net voldoende vooruit om zijn dichtsbijzijnde tegenstander tot toenadering te noden. PATS! De eerste kappende beweging, alsof hij een deur voor een ongewenste bezoeker dichtsmeet".
Toen ik de anarchist Bob Black vroeg of hij aan 'soccer' deed -van hem verscheen immers ook van hem een bundel essays in de serie De Kunst van het Afhaken, antwoordde Amerikaan: "Ik ben gewoon te oud om fanatiek te sporten - vooral voetbal met dat eeuwige rondrennen vind ik tergend vermoeiend. Ik walg ook van basketbal. Ik hou persoonlijk meer van honkbal; niet dat ik daar zo'n ster in ben, maar je staat de meeste tijd ten minste stil! Maar wellicht dien ook ik weer eens sport op te pakken - valkenjacht misschien?"
De reden dat ik Black naar zijn mening over het voetbal vroeg kwam voort uit mijn belangstelling voor Nicolaas Steelink (1890-1989): voetballer en anarchist - een combinatie die in Haarzuilens prima uitpakte. Het is daarom verheugend dat Baalprodukties besloten heeft Reis door Droomland integraal op te nemen in een publikatie die gewijd is aan het omstreden Artikel 140. John Griffin mag zich dan verbazen over de liefde van Nederlandse anarchisten voor het voetbal, uit het nu voor u liggende boek blijkt dat zijn opmerking een juiste is. Was hij nog in leven, dan zou Nico Steelink het toernooi om de de Artikel 140 Wisselbokaal niet alleen van harte hebben aangemoedigd, ik durf zelfs te wedden dat hij naar Nederland zou afreizen om de aftrap te verrichten of de finale te fluiten. Waarschijnlijk zou hij in de kantine de bierpunks op hun lichaamlijke conditie hebben gewezen om vervolgens met vijftig opdrukjes de show te stelen. De enorme, zelfs internationale belangstelling voor het tweede Artikel 140-toernooi verrastte ook de organisatie, die inmiddels achter gesloten deuren vergadert over een toekomstige Europese Super Criminalism Act Soccer League.

Siebe Thissen

248 paginaas
prijs 7,50
ISBN: 9075825110


top

Reis in Droomland, Nicolaas Steelink
Artikel 140 Wisselbokaal